May ⭐️

Vandaag een jaar geleden is onze kleine May geboren en gestorven. May met haar mooie lange gitaarvingers. Ze mocht helaas niet zijn, maar heeft me ondanks dat veel wezenlijke dingen bijgebracht. 

Ze heeft me een compleet nieuwe dimensie van Houden Van geleerd. Want van iemand die je hartslag van binnenuit heeft gehoord, houd je groots, onvoorwaardelijk en eeuwig. Ze heeft ons, Tim en mij, nóg dichter tot elkaar gebracht. En heeft me de wetenschap geschonken dat wij samen de hele wereld aankunnen. Of dat nu een wereld aan verdriet of geluk is. Wij kunnen dat.

Ze heeft me opnieuw leren prioriteren. Heeft m’n perceptie veranderd van wat nou eigenlijk echt belangrijk is. Ze heeft me zachter gemaakt en me laten inzien dat we ons omgeven met mensen die ons liefhebben en troosten en helpen als dat nodig is. Heeft me leren omgaan met goedbedoelde, maar nare opmerkingen. Ze heeft me geleerd dat tijd niet alle wonden heelt. Ze heeft me doen groeien.

Lieve kleine May. Met haar mooie lange gitaarvingers.


Dit schreef ik een jaar geleden. Toen Liv nog in m’n buik woonde. Vandaag, twee jaar na dato, voelt het nog steeds hetzelfde en mis ik May nog steeds. Denk niet dat dat ooit anders wordt. En dat hoeft ook helemaal niet, trouwens. Want May maakte mij moeder zonder kind, en dat is verdomme niet niks.

Begrijp me niet verkeerd. Dit is geen pity party. Wel een manier voor mij om het eindelijk eens goed van me af te schrijven. Omdat ik denk dat me dat oplucht. En misschien wel een klein beetje met de bedoeling om het wat minder doofpotterig te maken, het verlies van een kind. Want daar wordt altijd maar een beetje over gefluisterd, en vooral niet over gepraat. Want fuck, dat is veel te pijnlijk – dus doen we het lekker niet.

Laten we het gewoon wél doen, oké? Want het gebeurt. Veel meer dan je denkt. En het doet pijn. Veel meer dan je denkt. En het helpt om het erover te kunnen hebben. Veel meer dan je denkt.

Na de twaalf weken kan het niet meer mis gaan, toch?
De eerste echo hadden we allang gehad. Met een week of negen. Het hartje klopte, alles zag er top uit. Kots- en kotsmisselijk was ik, maar de euforie overstemde de beroerdheid dubbel en dwars. Als ik in de spiegel keek zag ik lichtjes in m’n ogen, die het mooiste geheim dat ik ooit had uitstraalden. M’n gezicht was zacht, en m’n haren ook. M’n broeken begonnen tamelijk strak te zitten en ik kreeg een kont als een bushok. Zo’n honderd keer per dag dacht ik ‘we zijn met z’n tweeën, jij en ik’. ‘Zwem maar lekker rond, kleintje. Je zit daar goed’.

De kritieke termijn van twaalf weken verstreek. Naïef als we waren, gingen we er vanuit dat we de gevarenzone waren gepasseerd. Nu kan er niks meer mis gaan! En dus slingerden we het Grote Nieuws de wereld in. Tim beschilderde m’n buik als een oven met een broodje erin. Baby Bakker was onze bun in the oven. Zo trots als een aap met zeven piemels waren we. Nee, trotser nog. We kregen een kindje!

Klotechromosomen
Echo nummer twee. Wéken naar uitgekeken, want wat wilden we de nugget graag weer zien. En daar was ze. Ze duimde! Ze tuimelde! Zo lief! Ons lieve kleine meisekind. ‘Moet je zien hoe ze gegroeid is!’, zei Tim. ‘Wat is ze groot geworden!’. Echoscopist Jurjen zei niks. Keek bedenkelijk. Zoomde in. Fronste, en zei ‘Ik zie iets wat ik niet wil zien.’

Ze had een hele ballon met vocht in haar nek. En op haar borst en buik. Dat hoort niet. En dus werden we doorverwezen naar het ziekenhuis. ‘Ga maar niet googelen’, zei Jurjen.  ‘En ook niet aan jezelf twijfelen over of je te veel koffie hebt gedronken ofzo. Hier kan jij niks aan doen. Maar laatst had ik ook een mevrouw met hetzelfde beeld, en een paar dagen later was het verdwenen. Geen overhaaste conclusies, laten we afwachten wat het ziekenhuis zegt’.

Een dag later konden we terecht. De gynaecoloog wond er geen doekjes om. ‘Dit is niet goed en dit komt ook niet meer goed’, zei ze. Bam. Daar gaat je rooskleurige droom. Je naïeve blijdschap en je toekomstbeeld. Daar gaat alles.

De gyneacoloog vertelde ons dat een babyhartje zoveel vocht niet aan kan. Dat het hartje vroeg of laat zou stoppen met kloppen, en dat het kindje niet zou leven. Naar alle waarschijnlijkheid was er sprake van een chromosomale afwijking, maar dat zou een vruchtwaterpunctie moeten uitwijzen. Die deden we dus ook meteen maar. Veel kutter kon de dag toch al niet meer worden.

Ze bleek het syndroom van Turner te hebben. Wij meisjes hebben twee X-chromosomen, maar ons meisje had er maar een. En dat is te weinig. Het enige goede nieuws aan dit klotenieuws was dat het niet erfelijk bepaald is. De afwijking is puur een foutje van moeder natuur (thanks, bitch), en niet van mij en Tim. Dat bood dus hoop voor de toekomst. Maar op dat moment was toekomst een woord dat even niet in m’n woordenboek voorkwam. Daarvoor was er op dat moment veel te veel pijn en verdriet dat me opslokte. De wereld was zwart en fucked up en ik ook.

En dan?
We moeten besluiten wat we gaan doen. Gaan we wachten tot ze sterft en mijn lichaam haar afstoot? Gaan we de bevalling laten opwekken? We moeten erover nadenken. En dat doen we. Een week gaat voorbij en talloze emoties passeren de revue. Boos, verdomme, want waarom?! We roken niet en drinken niet en hebben geen afwijkingen in de familie. We zijn jong en gezond en vreten biologisch, dus fucking waarom?! Verdrietig, want ik ga haar zo missen in mijn buik. En ook al heb ik haar nog niet ontmoet: ik ken haar zo goed. En ik wil haar niet kwijt. Maar dan, anderzijds: eruit met dat kind. Ik trek dit niet meer en ik wil dóór. Vergeten en door. Hoewel ik heus wel weet dat ik dit nooit zal vergeten. En ik dat ook helemaal niet wil. Nog nooit begreep ik zo goed wat ze bedoelen met een achtbaan aan emoties. Ik word erdoor verscheurd en slapen doe ik niet.

We besluiten de bevalling te laten opwekken. Ik kan het niet aan om te gaan zitten wachten op wat komen gaat. Voor een groot deel ook omdat ik niet weet of ze pijn heeft, daar binnen. Want dat wil ik absoluut niet: dat het kleine meisje lijdt. We maken ons besluit kenbaar aan het ziekenhuis, en er wordt een afspraak gepland voor een week later.

Een dag later krijgen we te horen dat we het huisje waar we op gereageerd hadden, omdat we een kamer extra nodig zouden gaan hebben, hebben gekregen. ‘Steek dat huis lekker ergens waar de zon niet komt’, is m’n eerste gedachte. ‘Krijg lekker de slingerschijt met dat hele kuthuis’, is m’n tweede. De ironie, de ironie. Ondanks dat we de extra kamer voorlopig niet meer nodig hebben, accepteren we het huis toch. Een nieuw begin kan geen kwaad. Zinnen verzetten ook niet.

Terwijl we de grote dag afwachten krijgen we enorm veel liefs. Steun. Kaartjes, bezoek, berichtjes en knuffels. Het cliché is waar: pas op zulke momenten weet je aan wie je wat hebt. Onze kring van rotsen in de branding blijkt nogal flink te zijn. En verdorie, wat zijn we daar dankbaar voor. Want ook al hebben we veel aan elkaar: hulp van anderen doet echt heel goed. Want dit is te veel om met z’n tweeën te verstouwen.

Dertig april
M’n wekker gaat voor lul, want slapen doe ik nog steeds niet. Om 08:00 uur moeten we in het ziekenhuis zijn, en we krijgen een speciale kamer. Met foto’s van vlinders aan de muur. Al het personeel is ontzettend lief voor ons en ze proberen ons vergeefs op te beuren met domme grapjes over m’n sokken. Gaat niet lukken niet. Om 08:30 uur heb ik de eerste toediening van de weeënopwekkers te pakken. Dat gaat vaginaal, met een pilletje. We hebben een laptop mee om te Netflixen ter afleiding, en ik heb ook m’n haakwerk mee: een dekentje voor May, om haar straks in te wikkelen als ze geboren is.

Het duurt niet lang voordat de weeën beginnen. Door merg en been gaan ze, en ik weet niet waar ik het zoeken moet. M’n lieve, lieve Tim trekt me er doorheen. God, wat houd ik van die man. Hij is zo lief.

Om 17:30 uur wordt May geboren. Ze is prachtig. Klein maar compleet. Ze heeft de gitaarvingers van haar vader en de korte, stevige pootjes van mij. Zo klein. Zo lief. Een heel raar gevoel maakt zich van ons meester. Verdriet en trots. Want wat is ze mooi. Hebben wij gemaakt! Ik ben opgelucht dat ze er is, want de bevalling was hels. Heel pijnlijk en heel verdrietig. Lieve vriendin Marrit komt in het ziekenhuis foto’s maken van ons meisje. Ik ben nog steeds heel blij dat ze dat wilde doen. Die foto’s zijn me verschrikkelijk veel waard.

We mogen kiezen of we May willen laten cremeren in het ziekenhuis, of dat we haar meenemen. We nemen haar mee. Ik kan écht nog geen afscheid van haar nemen. We krijgen een rieten mandje om haar in te leggen, en dan gaan we naar huis. Proberen te slapen, met May in haar mandje op ons nachtkastje.

We worden bedolven onder lieve woorden, bloemen en kaarten. Maar ook onder verschrikkelijk domme uitspraken. ‘Wees blij. Wie weet waarvoor je behoed bent gebleven’. ‘Gelukkig raak je snel zwanger, dat scheelt’. En zo kan ik nog best schrikbarend lang doorgaan. Serieus jongens? Wees maar blij? Zeg je dat nu echt tegen me? Ja man. Uit-zin-nig van vreugde ben ik. Dat m’n kindje dood is. Helemaal in m’n sas. En nu uit m’n aura, en heel rap. Vast goedbedoeld, die wartaal, maar alsjeblieft. Denk even na, voordat je wat zegt.

Begraven
Op vier mei begraven we May. Samen, Tim en ik. In een kistje dat Tim heeft gemaakt, gewikkeld in het door mij gehaakte dekentje. Dodenherdenking heeft sindsdien een dubbele lading. We hebben mooie bloemetjes gekocht voor bij haar hele kleine graf. We geven haar een prachtig plekje in een natuurgebied. Daar weglopen is het moeilijkste wat ik ooit heb gedaan. Ik kan haar daar niet achterlaten. Maar het moet.

Ze is altijd in m’n gedachten. En ik vind het heel verdrietig dat ik haar niet heb leren kennen. En dat Liv haar nooit zal kennen. Toeval of niet: Liv zit vandaag al de hele dag aan me vastgeplakt. Haar armpjes om mijn nek en een oceaan aan natte kwijlkussen over mijn gezicht. Ze voelt het vast aan. Ik mis May. En dat blijf ik altijd doen.

 

16 reacties

  1. Tranen in mijn ogen. Onwijs knap dat je jullie verhaal hebt kunnen opschrijven en durven delen! Er mag inderdaad meer over gesproken worden, maar woorden schieten al snel te kort of zoals je al beschrijft volledig naast. Heel veel sterkte en liefde voor jullie mooie gezin!

  2. Wat heb je dit prachtig opgeschreven. En wat een herkenning. De goedbedoelde opmerkingen en jouw gevoel daarbij. Hier vooral dezelfde ervaring ook al is het in ons geval heel anders gelopen. Ik praat er juist over met mensen en wil het geheel ook niet verstoppen. Maar mensen weten er niet mee om te gaan en willen het ook liever ontwijken.
    Voor jou en je gezin heel veel sterkte voor nu en in de toekomst.
    Liefs, Angelique

  3. Ik ben er stil van. Wat heb jij dit prachtig verwoord. Ik ben ervan overtuigd dat velen hier steun uit kunnen halen. Dikke knuffel.

  4. Wat een warm en liefdevol stuk, ondanks dit onoverkomelijke verlies. Ben dankbaar dat je dit bespreekbaar maakt.
    Ik heb heel erg veel respect voor jou en je gezin. Ik wens jullie heel veel liefde en sterkte toe.

  5. Ik weet niet meer hoe ik op deze site terecht ben gekomen en ik weet ook niet hoe op dit bericht. Maar vrouw oh vrouw wat een zwaar gemis. Ik heb met tranen gelezen en alleen maar gedacht: power to you en wat mooi dat je nu een lief meisje hebt gemaakt samen met je man. Alle liefde en gezondheid voor jullie.
    Prachtig geschreven. Goed gedaan.
    Laat maar lekker weten dat leed niet onder stoelen of banken geschoven hoeft te worden.
    Dit is helaas ook het leven.
    Groetjes

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *