Draagpraat: waarom babydragen zo rete-logisch is

Van de week stoefte ik op m’n dooie akkertje door de jankende regen naar kantoor. Onderweg kwam ik een collega in het wild tegen. “Wat ben je kaal zo, zonder baby”, gaf ‘ie me van een afstandje luidkeels te verstaan. En dat vond ik eigenlijk zelf ook wel.

Je kunt mij namelijk uittekenen met Liv tegen me aan. In een draagdoek, op m’n rug of m’n buik. Zwaan kleef aan zijn we samen, en we vinden het beide fantastisch. Ze mag altijd bij me hangen. Thuis, onderweg, als we op visite zijn: ik knoop en ik geniet me te pletter. Van het warme kirrende kuikentje zo dichtbij me. Eerlijk waar: een stamppot rauwe andijvie bouwen is echt een stuk leuker met een baby op je rug, zelfs als ze zo nu en dan aan je haar trekt alsof ze de klokkenluider van de Notre Dame is. Stofzuigen idem. Was nog nooit zo leuk.

Niet dat ik het beestje alleen uit praktische overwegingen draag, hoor. Ik doe het vooral omdat ik het logisch vind. Het zit namelijk zo. Je hebt drie soorten zoogdieren. Dragers (heuj!), verstoppers en vluchters. De vluchters, die worden kant en klaar geboren. Kunnen direct na de worp rennen like a G6, mocht er gevaar zijn. Bambi bijvoorbeeld. Da’s nou een echte vluchter. En die kon het nog prima rooien, toen z’n arme moedertje gestorven was. Je zult een hert dus niet gauw met een ergonomische draagzak zien lopen.

Verstoppers, je verwacht het niet, verstoppen hun kroost om ze te beschermen tegen gevaar van buitenaf. Ze krijgen hele dikke vette moedermelk, die ervoor zorgt dat ze lang verzadigd en dus stil zijn. Katten zijn verstoppers. Muizen ook.

Dragers zijn compleet hulpeloos zonder hun moeder. Die kunnen zelf als baby helemaal niks en zijn gemaakt om gedragen te worden. Ik channel even m’n inner hippie: dat is zoals moeder natuur het bedoeld heeft. Baby’tjes zijn dus geprogrammeerd om direct contact te voelen met de ouders. Die software hebben ze nu eenmaal. Huid op huid, hartslag, ademhaling. Dat is veilig. En wanneer ze dat niet voelen, dan gaan ze janken. Oorverdovend janken. Heel logisch ook. Want in de prehistorie, toen de mensen nog geen vinexwijken met doorzonwoningen met schuifpuien hadden, was de kans dat je als baby werd opgevreten bijzonder groot, als je zomaar ergens door je moeke werd weggelegd. Dat deed je dan dus ook niet, als ouder. En als je dat wel deed, dan klonk je baby als het luchtalarm op de eerste maandag van de maand om 12:00 uur in drie, twee, een..

Haal je de koekoek. Dat baby’tje reageert vanuit z’n instinct. Weet dat baby’tje veel, dat ‘ie heus veilig is in z’n IKEA-kribbe met z’n Nijntje-mobiel en perennachtlampje? Nee man. Dat weet dat baby’tje niet. As far as dat baby’tje knows, kan ‘ie elk moment bruut worden opgegeten door een roofdier naar keuze. WAAR IS MAMA ALS JE HAAR NODIG HEBT VERDOMME!

Dragen, mensen. Dragen. De sleutel tot succes.

Knooptutorial door ondergetekende vind je hier.

Foto’s: Kim Buckard voor PinkNova.

Eén reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *