BZV: de nabeschouwing (afl. 5)

We schrijven zondag 5 maart. Een dozijn aan exportboerinnen in spe staat op het punt van vertrekken naar hun prins op de groene John Deere. Op zoek naar liefde en een maatje en iemand die hun foef wil ontdoen van al het daar opgehoopte stof.

Hoeistmedjáááuw?
Harriet, een van de chicks van Olke, krijgt op Schiphol verschrikkelijke plankenkoorts en vertikt bij hoog en bij laag op het vliegtuig te stappen. Totdat haar bff haar stevig bij de schouders grijpt, even flink morrelt en haar stellig op het hart drukt dat ze ‘dit verdient, Harriet. JE VERDIENT DIT’. Ze vloekt er nog net niet bij, maar dat wil ze wel graag. Dat zie je aan alles. Puntje bij paaltje banjert Harriet toch fijn met een plakkaat stront onder haar schoen over de farm van Olke. En dat vindt ze fijn, zegt ze. Die stront, en dat ze tóch gegaan is.

Olke heeft het lekker knus gemaakt in huis. Met kussentjes en flessen wijn. Als de drie blondines arriveren gooit hij zijn kenmerkende lokroep nog eens luidkeels in de strijd. ‘HOEISTMEDJÁÁÁUW?!’. Hij neemt z’n chicks mee naar een veeveiling, alwaar Sandra demonstratief haar gloednieuwe cowboylaars op de rugsteun van de persoon voor haar plant. “KIES MIJ”, schreeuwt de kekke cowboylaars. Na de veiling neemt Olke ze mee om een vorkje te prikken. Harriet eet geen vlees en dat vindt Olke maar kut. Vooral omdat ze in Texas zulke lekkere steaks hebben. Alberdien lust er wel pap van en duwt met het grootste plezier gehaktballen van haar mem of Amerikaanse burgers in haar gezicht. Maar als ze met Olke mee gaan om wat kalfjes naar hun eindstation te brengen, nou, dan heeft ze het daar toch wel even moeilijk mee. Ja. Hè.

Komt goed. Komt allemaal goed.
David vergeet door de aanwezigheid van zijn dames spontaan hoe z’n kookstel werkt. Zegt ‘ie. De oplettende kijker ziet echter meteen dat ‘ie het onding nog nooit aangeraakt heeft. ‘Komt goed’, gilt David. ‘Komt allemaal goed’. Zijn vrouwen hebben alle drie veel weg van Crazy Eyes uit Orange is the New Black. Ze kijken doorlopend bijzonder indringend. In David’s ogen, in de camera en naar de bosjes die ze passief agressief en volledig naar de klote snoeien. Een beetje bang, werd ik ervan. Maar wat hébben ze het gezellig.

Eline en Riks: de ongemakkelijkheid voorbij
Riks is goedlachs als altijd. Na elke zinsnede perst hij er een lachsalvo uit. Of het ongemakkelijkheid is of dat ‘ie alles echt zo grappig vindt, dat is niet helemaal duidelijk. Het gieren heeft op Eline geen effect. Als zij en Riks even een momentje samen hebben, moet ik alle zeilen bijzetten om de neiging om m’n oogballen eruit te krabben te weerstaan. Godallejezus wat pijnlijk. Marit is helemaal in haar sas op de ‘topstek’ van Riks. En ze vindt het geintje van Riks, die zinspeelt op dat ze een stier moet melken, hart-stik-ke leuk ook. Ze is wat je noemt een blij ei bij uitstek. Ik ben #teammarit, moge dat duidelijk wezen.

Een dag niet gezongen is een dag niet geleefd
Herman komt zijn harem van de trein halen. Ze hebben de muziekinstrumenten mee, dus dat belooft een dikke fuif te worden. Hij heeft voor de gelegenheid zijn hele gezin het huis uit geschopt, maar ze zijn er nog wanneer Herman en z’n gevolg arriveren. Alle vrouwen worden enthousiast en rammend hard op de wangen gezoend door moeder en gezuster Herman. Een lekkere binnenkomer. Herman heeft ijverig wat taarten gebakken en eerlijk is eerlijk: die zien er fantastisch uit. Onder luid gegiechel kabbelt het samenzijn voort. Pia wordt nogal ondergesneeuwd door de bebrilde twee-eenheid. En daar baalt ze van, zegt ze, want zo kun je helemaal niet de diepte in. Ik baal met haar mee. Voor het slapengaan gaan ze allemaal nog even helemaal loco aan de keukentafel. Pia masseert haar orgel en Anne kweelt een moppie. Want: een dag niet gezongen is een dag niet geleefd. Van mij had ze het mogen laten. Herman geeft wat opbouwende kritiek. Zo is ‘ie: hartstikke behulpzaam. Nadat ze met z’n allen hysterisch giechelend hebben tandengepoetst keert er eindelijk rust terug, in huize Herman. Ik benijd hem niet. Man man man man man man man man man man man, wat een kippenhok.

Trek nou verdomme je bikini maar aan
Marc heeft er geen zin in. Hij wil wel een vrouw, maar dat hele traject dat daaraan vooraf gaat – dat hoeft van hem niet zo. Wát een gekloot, zie je hem denken. Over tot de orde van de dag, zie je hem denken. Zijn vrouwen hebben dan ook maar nét een stap over de drempel gezet, als hij roept dat het tijd is om boodschappen te gaan doen. Anke vindt dat geen strak plan, want die wil eerst even thuiskomen. Je verwacht het niet, na een vier uur durende hobbelrit in de strengende bloedhitte. ‘Oké’, zegt Marc, ‘trek dan jullie bikini maar aan, dan ga ik hier zitten’. Het is dat ‘ie zo’n olijk koppie heeft, maar jongens: wat een lamlul. Echt gezellig wordt het dan ook niet. Marc zijn gezicht spreekt boekdelen. Hij is er helemaal klaar mee. Ik ook.

6 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *